|
AMSTERDAM - Pensioen wegschuiven onder de noemer ’dat zien we later wel’, dat kan eigenlijk niet meer. Het gure beursklimaat hakt momenteel aan de wortels van menige pensioenregeling. Deskundigen waarschuwen voor harde ingrepen. De onrust groeit. Het gevolg is dat niet alleen professionals, maar ook consumenten zelf beter naar de oudedagsvoorziening moeten kijken.
Geen inflatiecorrectie voor gepensioneerden, een hogere pensioenpremie voor werknemers en inmiddels sluiten werkgevers ook versobering van de regeling zelf niet langer uit. Welke maatregelen ook genomen zullen worden, deelnemers van pensioenfondsen kunnen zich er maar beter op voorbereiden, meent Falco Valkenburg. Dat kan volgens de pensioenconsultant en partner bij adviesorganisatie Towers Perrin op meer dan één manier. „Ik heb het idee dat sommige consumenten pensioentekorten te snel klakkeloos via een extra verzekering afdekken. Maak liever eerst een goed pensioenplan.”
De meeste pensioenen zullen volgend jaar niet met de inflatie meelopen. Veel fondsen zullen de indexatie schrappen. Anders dan vaak gedacht, treft dit niet alleen de gepensioneerden die in koopkracht enkele procenten minder te besteden krijgen. Ook de opgebouwde rechten van actieve deelnemers – de werknemers die premie betalen – en van slapers (ex-deelnemers) zullen niet met de inflatie meegroeien. Dat kan uiteindelijk tot een te laag pensioen leiden.
Volgens Valkenburg valt het schrappen van de indexatie voor deze niet-gepensioneerden nog mee. „In betere jaren passen veel fondsen inhaalindexatie toe. Aangezien het herstel wel enige jaren kan duren – op papier krijgen de fondsen 15 jaar voor een volledig herstel – zullen alleen die mensen daarvan profiteren die in die tijd nog pensioen opbouwen. Mensen die slechts enkele jaren voor hun pensioendatum zitten, zullen die inhaalslag niet meemaken en komen bij pensionering op een lager pensioen uit.”
Het verhogen van de premie zal in eerste instantie de werknemers en werkgevers treffen. Beide betalen een deel van die premie. Een hogere pensioenpremie is echter politiek en economisch lastig haalbaar. Bij veel fondsen wordt nu al een hoge premie betaald. Sociale partners zullen aarzelen om een nog groter deel van de koopkracht aan de pensioenvoorziening op te offeren. „Ook het schrappen van de indexatie zal niet altijd voldoende blijken. Meestal zorgt die ingreep er alleen voor dat de financiële situatie van het fonds niet verder verslechtert”, aldus Valkenburg. Daarmee komt het verlagen van het pensioen zelf in beeld. Dat kan alleen voor toekomstige opbouw gelden, maar ook kunnen al bestaande rechten worden gekort. Dat laatste heet afstempelen.
Afstempelen
Valkenburg benadrukt dat afstempelen een noodgreep is. „Als een fonds deze drastische stap neemt, zal De Nederlandsche Bank hierin gekend willen worden. Om te kijken of er geen andere alternatieven zijn. Uiteindelijk zullen sommige pensioenfondsen echter niet anders kunnen.” Vooral fondsen met een scheve leeftijdsverdeling met een hoog percentage ouderen, bereiken weinig met een verhoging van de pensioenpremie alleen. „Die fondsen zullen lastig kunnen bijsturen, daar zul je eerder een afstempelscenario zien. Dat houdt voor de werknemer in dat een opgebouwd pensioen van 10.000 euro, wordt verlaagd naar bijvoorbeeld 9000 euro. Dat helpt direct de solvabiliteit van het fonds.”
Voor de deelnemers is afstempelen natuurlijk een ingrijpende operatie. Pensioenfondsen zullen echter niet dezelfde maatregel(en) nemen. De regelingen zijn daarvoor veel te verschillend, meent Valkenburg. „Dat is het eerste advies dat je werknemers kunt geven: vraag aan de werkgever of de pensioenuitvoerder hoe het pensioen ervoor staat. Dreigt er inderdaad een gat, maak dan vervolgens een financieel plan.” De oude richtlijn dat het pensioen 70% van het laatstverdiende inkomen moet bedragen, is volgens Valkenburg daarbij wel achterhaald. „Kijk liever wat je nodig hebt. Wat wil je eigenlijk met je pensioen gaan doen?”
Kosten
Veel mensen kijken volgens Valkenburg te snel naar een aanvullende pensioenpolis, beter bekend als lijfrenteverzekering. De woekerpolisaffaire laat zien dat consumenten daarbij scherp op de kosten moeten letten. „Kijk goed naar wat je erin stopt en wat er weer uitkomt.” Verborgen kosten blijven hierbij een probleem, alle financiële bijsluiters ten spijt.
Valkenburg: „Er zijn voldoende andere mogelijkheden. Is er wellicht nog een eigen huis? Is er extra spaargeld? Je kunt gaan sparen, maar ook zelf gaan beleggen. Maar doe dat laatste alleen als je begrijpt waarmee je bezig bent. Doe geen dingen die je niet snapt.”
Zelf iets opbouwen
Komt er niet spoedig een uitbundig beursherstel, dan zullen veel mensen hun pensioen zelf willen bijspijkeren. Dat kan op diverse manieren. Ook als de beurs wel herstelt, kan dat verstandig zijn.
Bij veel pensioenregelingen kunt u extra pensioenpremie inleggen voor een hoger pensioen. Dat de inleg van het brutoloon afgaat, is fiscaal aantrekkelijk. Per jaar mag u echter niet meer dan 2,25% van de zogeheten pensioengrondslag (het pensioengevend salaris minus de franchise) opzijzetten. Een voordeel is dat u over deze spaarpot geen vermogensrendementsheffing in box 3 betaalt. Uit de statistieken blijkt dat veel mensen de fiscale ruimte nog niet volledig hebben benut, zij kunnen extra sparen.
Buiten de collectieve pensioenregeling kunt u ook een individuele polis afsluiten. De inleg in zo’n lijfrenteverzekering is tot een bepaalde hoogte aftrekbaar, mits u een pensioentekort kunt aantonen. Op de site van de Belastingdienst staat hiervoor het ’rekenprogramma lijfrentepremie’. Ook valt deze spaarpot buiten box 3. Deze contracten kennen echter doorgaans hoge kosten en vóór uw pensioen kunt u niet bij uw geld, op straffe van een hoge fiscale boete.
Een lijfrentekapitaal via de bank opbouwen, middels banksparen, is veelal een goedkoper alternatief. Het pensioenkapitaal wordt simpelweg gespaard op een geblokkeerde spaarrekening, tegen dezelfde fiscale voorwaarden als bij een traditionele lijfrenteverzekering. Maar dan zonder verzekeringskosten.
Ook via de levensloopregeling is er extra pensioen te sparen, per jaar maximaal 12% van het brutoloon. Dit geld is niet belast in box 3. Neemt u het geld voor verlof op, is de uitkering belast. Wél is er een belastingkorting op de uitkering, maar deze vervalt helaas als u het potje voor pensioen gebruikt. Wie deelneemt aan levensloop mag bovendien niet meedoen aan de spaarloonregeling.
Een van de simpelste methoden om een appel voor de dorst op te bouwen is zelf sparen of beleggen. Dit vergt wel discipline.
Huizenbezitters hebben ten slotte bij pensionering hun eigen woning vaak afbetaald. Dat vermogen kan aangewend worden door het huis te verkopen en iets te huren. Er bestaan echter ook constructies waarbij u in uw huis kunt blijven wonen, maar het op papier verkoopt aan een bank of andere instelling. U krijgt daarmee een kapitaal vrij dat u kunt gebruiken voor uw pensioen. Wél gaat u huur betalen.
|